26 februari 2007
Eindelijk vandaag naar de revalidatiearts toe, vraag me wel af wat deze man voor mij kan doen..maar oke op advies van mijn huisarts ga ik maar, want ik weet het onderhand ook niet meer. Moe moe en nog eens moe en dan de spier en gewrichtspijnen…het is vreselijk gewoon…
Na het bezoek aan de revalidatiearts had ik een diagnose: Hypermobiliteitssyndroom, oftewel HMS.
Dit constateerde hij naar aanleiding van vragen en onderzoek naar mijn gewrichten etc…dat onderzoek was naderhand behoorlijk pijnlijk, want het getrek en geduw aan mijn gewrichten dat merkt ik heel erg goed….Verbijsterd en verbaasd was ik..en vroeg hem ook waarom hij me dit zo 123 kon vertellen ,terwijl ik al 10 jaar met deze klachten liep!!! Nu nadenkend over dit alles herinner ik me dat ik als puber fysio kreeg voor mijn rug wat meer kwaad dan goed deed…(vergeten te vertellen, maar komt volgende keer wel)
Nou ik wist dus ff niet waar ik het moest zoeken…hyperhomocysteinemie en hypermobiliteitssyndroom…2x hyper haha…alleen reageer ik helaas niet hyper…haha.
Ik heb nu medicatie die moet zorgen dat de spierpijn en gewrichtspijn wat minder wordt…en ook dat ik iets meer slaap(in het slaapcentrum hadden ze geconstateerd, dat mijn diepe slaap te kort en niet diep genoeg was)….als de medicatie aanslaat dan kan ik gaan revalideren eerder niet, anders zou het meer kwaad en schade aanrichten..en dat is niet de bedoeling….
Verderop zal ik uitleggen wat HMS precies is. Wat is hypermobiliteit?
Hypermobiliteit wordt ook wel hyperlaxiteit of overbeweeglijkheid genoemd. Bij hypermobiliteit is er sprake van overbeweeglijke gewrichten doordat het ondersteunende weefsel (kapsels en ligamenten) minder stevigheid biedt dan het behoort te doen. Hypermobiliteit is een erfelijke aanleg; ongeveer 10% van de mensen is hypermobiel. Hypermobiele mensen kunnen vaak bijzondere trucs met ledenmaten, tenen of vingers die de meeste mensen in hun omgeving niet na kunnen doen. Ook kunnen hypermobiele mensen meerdere gewrichten verder doorbuigen zoals bijvoorbeeld de ellebogen of de knieën. Hypermobiliteit hoeft niet per se in alle gewrichten voor te komen. Dat kan wel, maar het komt ook voor dat het bijvoorbeeld alleen de gewrichten van armen, benen of rug betreft.
Veel mensen die hypermobiel zijn hebben er geen klachten van. Je kunt er ook probleemloos oud mee worden. Hoe het komt dat de ene persoon met hypermobiliteit geen klachten krijgt en de andere persoon ernstig beperkingen ondervindt, is nog niet bekend binnen de medische wetenschap. HMS wordt helaas vaak verward met gewone hypermobiliteit waardoor een verkeerde diagnose wordt gesteld.
Het hypermobiliteitssyndroom (HMS) houdt meer in dan alleen maar lenig of hypermobiel zijn. HMS is een erfelijke afwijking van het bindweefsel van de gewrichtsbanden en pezen. Door deze afwijking kunnen de banden en pezen hun steunende functie niet goed vervullen en dit maakt de gewrichten overbeweeglijk (hypermobiel) en instabiel. Hierdoor kunnen er vrij gemakkelijk (sub)luxaties (geheel of gedeeltelijke ontwrichtingen) optreden. Om het gebrek aan stabiliteit te compenseren nemen de spieren een gedeelte van de functie van de banden en pezen over. Daardoor moeten de spieren harder werken dan bij een persoon zonder HMS en zullen de spieren dus snel overbelast zijn. Ook is de propriocepsis verminderd waardoor er een verhoogd risico is op blessures.
De meest voorkomende symptomen bij HMS zijn:
pijn
vermoeidheid
(sub)luxaties
Vanuit deze symptomen kunnen weer allerlei andere complicaties ontstaan zoals ontstekingen, spier- en peesscheuringen, hernia’s en tal van andere blessures.
Er is nog veel onduidelijk over HMS. Zo is nog niet bekend welk type collageen (een bestandsdeel van bindweefsel) aangedaan is en wat nou precies de oorzaak is van deze aandoening. Ook is niet duidelijk waarom de meeste hypermobiele mensen geen problemen ondervinden van hun hypermobiliteit, terwijl mensen met HMS ernstig beperkt kunnen zijn. Verder is het niet uitgesloten dat HMS eigenlijk een vorm van een andere bindweefselaandoening, het syndroom van Ehlers-Danlos, is.
Andere aandoeningen waarbij hypermobiliteit een rol speelt zijn o.a. het syndroom van Ehlers-Danlos, het Marfan syndroom, Osteogenis Imperfecta en het syndroom van Down.
Behandeling van het Hypermobiliteitssyndroom
Het hypermobiliteitssyndroom (HMS) is helaas niet te genezen. Ook is er nog maar weinig bekend over een effectieve behandelwijze. Het is echter wel duidelijk dat de zaken die hieronder worden besproken een belangrijke rol spelen.
Het is bij HMS zeer belangrijk om een beter lichaamsbewustzijn propriocepsis te ontwikkelen. Als je kunt voelen wat je lichaamsdelen doen en waar ze zich in de ruimte bevinden kun je een beter en bewuster bewegingspatroon verkrijgen. Door dit verbeterde bewegingspatroon is er minder risico op complicaties.
Daarnaast is een zo optimaal mogelijke spierbalans belangrijk. Een optimale spierbalans houdt in dat er een goede balans is tussen spierspanning en spierontspanning. Spieren die te veel onder spanning staan zorgen bij mensen met HMS voor een overbelasting van gewrichten. In bepaalde gevallen kan een overmatige spierspanning er zelfs voor zorgen dat een gewricht geheel of gedeeltelijk uit de kom wordt getrokken. Wanneer een spier echter te slap is kan die niet voldoende stabiliteit bieden, terwijl bij een HMS-patiënt juist de spieren voor die stabiliteit moeten zorgen. Ook dit kan voor gedeeltelijke of volledige ontwrichtingen zorgen. Daarom is het dus erg belangrijk dat er een middenweg wordt gevonden. Dit blijkt in de praktijk vaak moeilijk omdat er ook andere dingen meespelen zoals emotionele belasting en omgevingsfactoren.
Ook is het belangrijk om hypermobiele bewegingen en houdingen zoveel mogelijk te vermijden. Bij hypermobiele bewegingen en houdingen beweeg je immers over de normale grenzen van een gewricht heen. Dit kan zorgen voor overbelasting van de gewrichten en een groter risico op complicaties. Veel mensen met HMS zijn zich vaak niet eens bewust dat iets hypermobiel is; voor hen voelt het juist heel normaal. Daarom is het van belang dat hier aandacht aan wordt geschonken. Ten slotte is het heel belangrijk dat HMS-patiënten zich bewust worden van hun persoonlijke grenzen en voldoende rust nemen. Doordat de spieren zoveel moeten opvangen hebben HMS-patiënten vaak weinig energie, waardoor de kwetsbaarheid toeneemt.
Het is aan te raden om bovenstaande dingen onder begeleiding van een deskundig (fysio)therapeut te trainen, zodat eventueel optredende complicaties tijdig worden herkend en behandeld.
Propriocepsis
Propriocepsis is het systeem waardoor men zich bewust wordt van de standen van en standsveranderingen van het eigen lichaam. Receptoren in de huid, de spieren en gewrichtskapsels geven signalen af aan het centrale zenuwstelsel waardoor er een beeld ontstaat van het bewegen. Samen met visuele informatie en het evenwichtsorgaan is propriocepsis de basis voor de besturing van het bewegingsapparaat. Uit onderzoeken is gebleken dat bij een hypermobiel gewricht de propriocepsis vaak verstoord is. Dat betekent dat HMS-patiënten zonder te kijken, dus zonder gebruik te maken van visuele informatie, niet precies kunnen bepalen in welke stand een gewricht zich bevindt.
Precies bij die gewrichten waarmee, vanwege hun te grote bewegingsmogelijkheid en het daarmee verbonden risico op overstrekking of (sub) luxaties, extra voorzichtig moet worden omgesprongen is het het moeilijkst te bepalen in welke stand zij zich bevinden. Vanwege de gevaarlijke stand die onbewust wordt aangenomen, hebben hypermobiele gewrichten dus een verhoogde kans op blessures.
Het is niet duidelijk in wat voor relatie de verminderde propriocepsis staat tot hypermobiliteit; waardoor de propriocepsis in een hypermobiel gewricht verminderd is. Het is echter wel aannemelijk dat het probleem niet in het centrale zenuwstelsel zit maar in de receptoren bij het gewricht. Het is erg belangrijk om de propriocepsis zo ver als mogelijk te ontwikkelen. Het verbeteren van de propriocepsis is een van de dingen die kunnen helpen tegen de problemen van HMS. De gewrichten worden er niet minder hypermobiel door, maar ze zijn wel beter controleerbaar. De propriocepsis kan deels getraind worden, een fysiotherapeut kan daarbij helpen. Verder kan een verminderde propriocepsis voor een deel gecompenseerd worden door extra aandacht te besteden aan de informatie die de ogen, de huid en het evenwichtsorgaan kunnen geven over de stand van de gewrichten. Ook dit kan getraind worden met de hulp van een fysiotherapeut.